Is Deens geluk kopieerbaar?

Voor de Nederlandse ambassade in Kopenhagen schreef ik een serie blogposts over de achtergronden bij het staatsbezoek van het Nederlandse Koningspaar aan Denemarken, in maart 2015. Dit was de vierde post in een serie van 6.

Wat kunnen de nummer 4 (wij) en nummer 1 (Denemarken) op de ‘World Happiness Index’ van elkaar leren? Dat vroeg de koning zich af tijdens zijn nieuwjaarstoespraak. Een conferentie tijdens het staatsbezoek moet daar antwoorden op gaan vinden. Ik ben daar zelf ook erg benieuwd naar. Is het de verzorgingsstaat? Windmolens? Of toch de fredagsøl, het biertje dat je op vrijdag met je collega’s drinkt? Ik belde met de twee moderatoren van de conferentie, Stine Jensen en Henk van der Liet, en kreeg alvast een voorproefje.

the happy danesEerst de noodzaak van een conferentie over het begrip ‘geluk’. Het is bijzonder dat dit staatsbezoek niet alleen vergezeld wordt door een handelsdelegatie, maar ook een academisch-maatschappelijk thema adresseert. “Wie geluksniveau ziet als graadmeter voor het succes van een maatschappij, kan in Denemarken een gidsland zien. Het is een hoogwaardige maatschappij en de bevolking komt al jaren als winnaar uit de bus, bij geluksonderzoeken. Nederland eindigt ook meestal in de top 5. Dat was een interessant uitgangspunt voor een wat meer academisch ingestoken discussie tijdens het staatsbezoek,” aldus ambassademedewerker Christel Schier, die de conferentie organiseert in samenwerking met Aalborg Universiteit.

In de spiegel kijken 

Henk van der Liet, professor in de Scandinavistiek: “Je ziet dat kleine landen, die een eenheid vormen, steevast hoog scoren op deze lijsten. Denemarken heeft 1 kerk, 1 vlag, 1 onderwijssysteem en 1 taal en dat helpt als het erom gaat op die index hoog te scoren.” Dat is alvast goed nieuws voor Nederland. Ook wij zijn klein, compact, en delen 1 landstaal.

Die gelijkenis is precies de reden waarom het zo’n goed onderwerp is voor een staatsbezoek, aldus Stine Jensen. Zij is filosoof en schrijfster en verhuisde op jonge leeftijd van Denemarken naar Nederland. “Wanneer je naar de ander kijkt, zie je eigenlijk jezelf in de spiegel. Door die ontstellende gelijkenis vallen juist de subtiele verschillen extra op. Dat is een mooi startpunt voor een onderzoek naar wat welzijn en welvaart eigenlijk precies betekenen voor onze landen.” Het uiteindelijke doel van de conferentie, volgens Jensen, is het aanwakkeren van heel veel kleine of grote ‘aha-momenten’. “Alle deelnemers, van huisvader tot futuroloog of minister, zouden op die dag ministens 1 keer moeten denken: ‘Hee, zo kan het ook!’”

Sleutelwoord: vertrouwen

vertrouwen

Aan Deense zijde is vertrouwen bijvoorbeeld een belangrijk sleutelwoord, volgens Van der Liet. Wie een tijdje in Denemarken doorbrengt en om zich heen kijkt, herkent dat onmiddellijk in het straatbeeld. Deense vaders of moeders parkeren hun kinderwagens inclusief baby gewoon buiten voor een café of winkel, totdat ze klaar zijn met winkelen. De fietsenmaker vond het prima dat ik de laatste 100 euro pas morgen betaal. Als ik hem mijn telefoonnummer wil geven, wuift hij dat weg. Nogal naïef, leek mij, maar hij vond mijn plaatsvervangende wantrouwen op zijn beurt nogal overbodig.

Transparantie

Dat blindelingse vertrouwen is er niet alleen in medeburgers, maar ook in het functioneren van het bestuur. De Deen betaalt belasting en verwacht daar kwaliteit voor terug, vervolgt Van der Liet. “De nadruk bij politiek en overheid maar ook in het bedrijfsleven, ligt op verantwoording en transparantie. Je legt uit wat je doet, en waarom je dat doet. De burger is zich in Denemarken bewust van wat ze van haar bestuurders mag verwachten, dat ze inzicht krijgt in procedures en dat alle belangen gewogen worden. Dat zie je lokaal, maar ook landelijk. Kijk naar de rol van de ombudsman. Dat maakt dat burgers voelen dat de overheid er vóór ze is, en niet tégen hen, als het nodig is.”

fietsende papa

Een voorbeeld daarvan, waar Denemarken nu –meer dan Nederland- de vruchten van plukt, is kinderopvang, zo observeert Stine Jensen. “Door het vertrouwen en het belang dat wordt gehecht aan publieke en goede kinderopvang, zijn vrouwen als vanzelfsprekend fulltime gaan werken en zich professioneel blijven ontwikkelen. Terwijl in Nederland nog een heel sterke moederschapscultuur heerst, die vrouwen vertelt dat kinderopvang niet goed is voor hun kind. Dat zie je terug in emancipatiecijfers.” Ook in de echtscheidingscijfers, trouwens. De Scandinavische landen staan daarin met stip bovenaan.

Gebrek aan diversiteit

schiphol nl_490

Dat vertrouwen en die eenheid in het ‘Deens-zijn’ heeft ook een keerzijde. Ikzelf vind het bijvoorbeeld weleens storend dat het buitenland voor een Deen soms synoniem lijkt aan ‘achtergesteld’. Schiphol? “Pff, wat een zootje,” heb ik een Deen al meer dan eens horen verzuchten. Het eigen vliegveld, Kastrup, is eigenlijk het enige dat goed genoeg is. Maar in een globaliserende wereld moet je je soms ook open opstellen. Het vreemde verwelkomen. En ja, dat zet het onderling vertrouwen onder druk. Van der Liet: “Dat is een grote worsteling voor Denemarken. Nederland omarmt diversiteit veel meer. Deense bedrijven hebben de rest van de wereld heel erg nodig en doen hard hun best zich meer open te stellen met nieuwe wetgeving voor kenniswerkers, bijvoorbeeld.”

In de pas lopen

Een andere consequentie van de Deense eenheid is dat die focus op het collectief automatisch minder ruimte maakt voor het individu en het overwegen van alternatieve oplossingen. Van der Liet legt uit: “In Denemarken kiest men één oplossing, en dat is het dan. Vergroening van de economie: men zet vol in op windenergie en stimuleert ecologische producten. Gezinspolitiek: goede kinderopvang en twee fulltime inkomens is de norm. 1 type schoolontbijt. Etcetera. Zo is het, voor iedereen, want iedereen is gelijk. En daar is dan weinig discussie meer over. Terwijl in de praktijk natuurlijk blijkt dat niet iedereen gelijk is. Mensen zijn ook individuen, met behoefte zich op hun eigen manier te uiten, maar daar is hier nu eenmaal minder ruimte voor. Dat is niet voor iedereen even leuk.”

Veel tinten grijs

Een herkenbaar beeld, voor wie dagelijks door Kopenhagen fietst. Het straat- en modebeeld wordt hier letterlijk gedomineerd door grijs. Beteuterd denk ik aan mijn eigen kledingkast, waarin het rood en knalblauw dat ik in Nederland graag droeg, steeds meer naar de achtergrond is verschoven sinds ik hier woon. Het veiliger zwart en grijs liggen nu bovenop.

Naast een ontkenning van het individu kan het collectief, in de vorm van een sterke staat, ook leiden tot anonimiteit, voegt Jensen daaraan toe. “Door het betalen van belasting heb je je burgerplicht immers al gedaan? Het idee van mantelzorg en een participatiesamenleving, zoals de Nederlandse overheid dat graag wil, staat in die zin bijna haaks op het Deense model. Dat gaat veel meer uit van zelfredzaamheid en een staat die een vangnet verzorgt, als het nodig is. De vraag ‘wie zorgt er voor wie’ is dus in beide landen op een iets andere manier heel actueel.”

Amsterdamse hippie

Volgens Van der Liet is er voor iedereen hoop, zolang een samenleving zich maar tijdig voorbereidt op een veranderende wereld. “Ieder land doet dat op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo.” Jensen voegt daaraan toe: “Het is mooi als je in dat proces af en toe je spiegelbeeld durft te bekijken, en als dat dan tot inspirerende en vrolijkmakende gedachten over mogelijke oplossingen leidt.”

“Daarom word ik in Amsterdam door mijn buren nog steeds een beetje versleten voor hippie, omdat ik zonnepanelen op mijn dak heb,” concludeert Van der Liet met een knipoog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *