Wat doen we met opa en oma?

Voor de Nederlandse ambassade in Kopenhagen schreef ik een serie blogposts over de achtergronden bij het staatsbezoek van het Nederlandse Koningspaar aan Denemarken, in maart 2015. Dit was de laatste post in een serie van 6.   

In de vorige blogs raakte ik er al even aan: een staatsbezoek helpt deuren openen voor het zakenleven. Maar wat voor ‘zaken’ kun je eigenlijk doen met het onderwerp ‘gezond ouder worden’? Naast windenergie en geluk komt dit onderwerp namelijk óók aan bod tijdens het staatsbezoek. De handelsdelegatie medische technologie gaat bijvoorbeeld op bezoek bij een Deens bejaardenhuis. Gaat Nederland daar rollators en rolstoelen aan de man brengen?

Hét onderwerp van deze tijd

care ageing img_4012

Nee, zegt Rudi Westendorp. Bij dit onderwerp is het verkopen van kraaltjes niet direct zo interessant. Veel boeiender is het om je eens te verdiepen in hoe beide landen aankijken tegen ouder worden. Mede daarom maakte hij de overstap van Leyden Academy in Nederland naar de Universiteit van Kopenhagen, waar hij nu Professor of Medicine at Old Age is. Voor Hilde Posthoorn, de ambassademedewerker die deze handelsmissie op poten zet, was het al snel duidelijk: de insteek van Westendorp moet gehoord worden. Hij nam de uitnodiging graag aan. Hij ziet het immers als zijn missie om zijn medische vakgenoten wakker te schudden en ze te laten zien dat ouderenzorg hét onderwerp is voor de komende 20 jaar.

De carrièreswitch, maar ook het staatsbezoek van deze week draait voor Westendorp vooral om langetermijnrelaties rondom dat onderwerp. “Natuurlijk is het goed als er nú zaken gedaan worden. En dat zal ook ongetwijfeld gebeuren.” Maar dat er in beide landen óók iets fundamenteels moet gebeuren staat voor hem buiten kijf.

Genetisch identiek

“Wist je dat genetici het verschil tussen een Deen en een Nederlander nauwelijks kunnen zien? Die brutale Vikingen van destijds en die strijdlustige handelsreizigers van later maken dat we bijna 1 volk zijn geworden. Ook in cultuur en politiek zie je dat terug. Alleen: de ouderenzorg is hier in de basis anders georganiseerd. Dat is toch fascinerend?! Kijk, waar we in Nederland in actie komen zodra een oudere valt, bereiden de Denen hun ouderen voor op die val. En zorgen ervoor dat ze zelfstandig weer op kunnen staan. Andersom is Denemarken kampioen managementlagen inrichten. Daar hebben Nederlandse ondernemers dan weer heel slimme oplossingen voor bedacht, die de zorg weer bij de professional terugbrengen.”

Leer toch vissen!

healthy aging img_4007Westendorp haalt het motto erbij dat ook vaak wordt aangehaald voor ontwikkelingshulp: ‘Give a man a fish and he will eat for a day. Teach him how to fish and he will eat for a lifetime.’ De Denen lijken dat in de praktijk te brengen. “Ze streven ernaar ouderen onafhankelijk en zelfredzaam te maken. En richten daar systemen en technologieën voor in, waarmee je zo lang mogelijk thuis kunt blijven wonen. In Nederland is dat nu nog andersom: we schrijven nadat iemand is gevallen, ‘verrichtingen’ en producten voor, waarmee zo’n oudere vaak alleen maar nóg afhankelijker van zorg wordt. Daar komt nu langzaam verandering in. Zodra gemeenten meer taken overnemen, zie je dat je veel beter op de noden van de burger kunt toespitsen.”

Ik vraag hem wat dat betekent voor de uniformiteit van het zorgaanbod. Gaat iedere gemeente dan zelf het wiel uitvinden? “Ja, precies! En dat is juist de bedoeling! Iemand in Delfzijl heeft een heel andere behoefte dan iemand in de binnenstad van Amsterdam. Het wordt tijd dat we dat eens inzien. Een gemeente heeft toch veel meer zicht op wat zijn eigen burgers nodig hebben dan een landelijk instituut? Alleen via die weg breng je de ‘menselijke maat’ weer terug in de zorg, als je per se in dat soort sentimenten wilt spreken.”

Niet te veel managers

Goed. Focus op zelfredzaamheid, en daar een systeem op maat voor bedenken. Dat is dus het Deense voorbeeld. Maar de ‘best practice’, zoals het heet in bedrijvenland, is aan beide kanten te vinden, aldus Westendorp. Ook in Nederland zijn er voldoende goede voorbeelden die de Denen kunnen inspireren. “Nederland heeft grote winst geboekt bij het efficiënt organiseren van thuiszorg. Het bedrijf Buurtzorg doet dat bijvoorbeeld door de expertise van professionals centraal te stellen. De verpleegkundigen maken daar de dienst uit. Daarmee kun een hele managementlaag schrappen, toonde Buurtzorg aan. Zes jaar geleden hadden zij acht verpleegkundigen en dat zijn er nu 8000. Daarmee laat je zien dat veel managementlagen helemaal niet nodig zijn, en zelfs contraproductief werken. In Denemarken is die neiging nóg groter dan in Nederland, dus een organisatie als Buurtzorg zal het hier goed doen.”

Word wakker!

Als Westendorp één boodschap de wereld in zou mogen sturen, dan is het deze. “Onze maatschappij richt zich veel te weinig op het zo goed mogelijk verzorgen van onze vergrijzende bevolking. Als je als ondernemer écht iets wilt met een groeimarkt, doe dan iets voor ouderen in plaats van altijd maar voor kinderen of jongeren. Dat marktsegment zit al overvol.”

Bekijk het originele blog op www.achterhetstaatsbezoek.nl.

De relatie tussen kinderopvang en vrouwenemancipatie

Tegenlicht ging in de aflevering Expeditie nog beter Nederland in het buitenland (24 november 2014) op zoek naar oplossingen voor Nederlandse problemen. Voor VPRO Buitenland schreef ik een van hun begeleidende inspirerende voorbeelden. Denemarken zet kinderopvang in om vrouwen volwaardig te laten deelnemen op de arbeidsmarkt.

Op de werkvloer is Nederland nog altijd geen toonbeeld van emancipatie. Niet alleen in bestuurskamers laten vrouwen het afweten, ook in de lagen daaronder blijven ze in de minderheid. Dat eerste is maatschappelijk gezien ongunstig. En dat tweede is een heus economisch probleem, becijferde de EU vorig jaar. In de toekomst dreigt een gebrek aan gekwalificeerd personeel en het concurrentievermogen van Nederland lijdt eronder.

De Scandinavische landen hebben dat probleem niet. In Denemarken is de arbeidsparticipatie van vrouwen 73 procent (tegen 43 procent in Nederland). Die van mannen is 80 procent. De succesfactoren? Royale ouderschapsregelingen voor beide ouders, maar vooral de traditie vankwalitatieve kinderopvang maakt het verschil, zo becijferde het Ministerie van Gelijkheid.

persoonlijke ontwikkeling
Waar veel Nederlandse vrouwen na het krijgen van kinderen parttime gaan werken, of soms zelfs helemaal stoppen met werken en daarmee financieel afhankelijk worden van hun man, werkt de meerderheid van de Deense vrouwen fulltime. Dat begon in de jaren ‘60, toen vrouwen nodig waren op de arbeidsmarkt. ‘Als je een interessante baan wilt, is parttime werken na je ouderschapsverlof gewoon niet realistisch,’ aldus Regin Møller-Sørensen. ‘Niet alleen werkgevers hebben die mening, maar werknemers vinden dat ook logisch.’ Regin is vader van Andreas (5) en Emilie (1) en werkt fulltime als ingenieur. Zijn vriendin is fulltime vertaler. ‘Een deeltijdbaan voor één van ons is niet in ons opgekomen. Als je echt wilt, zou het kunnen, in het onderwijs bijvoorbeeld, maar je levert er veel voor in. Economisch, en vooral in je persoonlijke ontwikkeling. De meeste hoogopgeleide vrouwen -of mannen- willen dat gewoon niet.’
voltijds opvang
Terwijl de ouders werken, gaan Regin’s beide kinderen voltijds naar de kinderopvang. De ene ouder brengt, de andere ouder haalt. Zo kunnen ze beide hun uren maken zonder de kinderen 9 uur per dag op de opvang te laten. ‘Dat is teveel voor jonge kinderen. Opvang vergt veel van ze.’

Ouders betalen naar inkomen, maximaal 25 procent van de werkelijke kosten. In Kopenhagen is dat voor een gezin met twee inkomens ongeveer 400 euro per maand. Een broertje of zusje mag voor de helft. ‘Natuurlijk is het weleens lastig je kind bij anderen onder te brengen. Vooral bij de eerste, toen hij nog zo klein was. Maar we hebben nooit overwogen het anders te doen. Je ontzegt je kind heel veel, als je het niet doet.‘

pedagogische plannen
97 procent van de kinderen tussen 3 en 5 jaar en 91 procent tussen 1 en 2 jaar maakt gebruik van kinderopvang. Deense kinderdagverblijven werken met uitgebreide pedagogische plannen en de meerderheid van het personeel is hoogopgeleid. Deelname in kinderopvang wordt gezien als een essentieel onderdeel van de sociale, taalkundige en culturele ontwikkeling van het kind. Niet als een gebrek aan toewijding. ‘Die toewijding, die komt na vijven, als ik mijn kind ophaal van de opvang. Niemand die er vreemd van opkijkt als ik om half 5 van mijn werk wegga,’ aldus Regin. ‘Belangrijke mails wachten wel tot na het eet- en bedritueel.’

Lees het artikel op de website van de VPRO.