Heeft Nederland genoeg (wind)kracht voor Denemarken?

Tijdens het staatsbezoek reist een grote handelsdelegatie mee naar Denemarken. Therese mailde me vorige week met de vraag welke Nederlandse bedrijven dat precies zijn. Die informatie is te vinden in het programma. 21 van de 36 bedrijven zoeken zakenpartners in de gezondheidszorg. De andere 15 richten hun pijlen op de windsector. Maar: wat valt er eigenlijk te verkopen aan Denemarken, het beste jongetje van de klas ‘windenergie’?

In dit land wordt immers al 40 procent van de elektriciteit opgewekt met windenergie uit eigen molens. Ik legde de vraag voor aan twee experts en kwam erachter dat handelsmissies eigenlijk allang niet meer alleen om brengen gaan, maar om brengen én halen. Samenwerking dus.

Zij de wind, wij het water

Op de website van de Deense brancheorganisatie voor windindustrie valt te lezen hoe groot de Deense windsector is. In 2013 werd er voor 6,5 miljard euro geëxporteerd. Ter vergelijking: de Nederlandse topsector water (van watertechnologie tot waterbouw) is op exportgebied maar een klein beetje groter (7,3 miljard euro). Wat water dus voor Nederland is, is wind voor Denemarken.

Hollands glorie op zee

Wie naar het Deense landschap kijkt, dat vanuit de lucht bezaaid is met kleine witte molentjes, kan niet anders dan concluderen dat windenergie belangrijk is voor het Deense bedrijfsleven.

Eén van die Deense bedrijven is DONG Energy. Het bedrijf is internationaal marktleider in windenergie op zee (offshore windenergie) en heeft windparken op zee in Denemarken, Groot-Brittannië en Duitsland. De Nederlander Jasper Vis werkt voor DONG Energy in Nederland. Weet hij misschien wat Nederland de Denen kan brengen? “De Deense windenergiesector is inderdaad sterk. Maar dat betekent niet dat ze alles zelf doen. Offshore windenergie is een internationale sector met bedrijven uit verschillende landen. Nederlandse bedrijven hebben een wereldwijd een sterke reputatie in de offshore sector en spelen daardoor ook een belangrijke rol in de bouw van windparken op zee.”

Een overzicht van NWEA (Nederlandse Windenergie Associatie) laat inderdaad zien dat er op Europese bodem nagenoeg geen offshore parken zijn zonder Nederlandse inbreng. Dit lijkt een logisch vervolg op onze eeuwenlange traditie van werken met water. Alle kennis van waterbouw, baggeren en offshore olie & gas komt samen bij het aanleggen van offshore windparken.

fundaties aalborg

Op zoek naar Deense partners

Eén van die bedrijven die eerder voor Dong werkte, is Volker Stevin International. Logisch dus, dat ook zij meegaan op deze handelsmissie. Wat ze te wachten staat, is een volledig voorbereid matchmaking- en netwerkprogramma. Renske Nijland, die deze handelsmissie vanuit de ambassade organiseert: “Bedrijven komen allemaal met hun eigen verzoeknummers. Daar doe je dus ontzettend je best voor. Om het logistiek overzichtelijk te houden, reist de delegatie natuurlijk wel zoveel mogelijk samen. Ook zijn er veel gemeenschappelijke meetings en netwerkmomenten waar bedrijven razendsnel in contact kunnen komen met potentiële partners.”

Wat wil Volker Stevin International hier bereiken? Muriel van der Hulst, Business Development Manager, richt zich vooral op contacten om mee op te trekken voor toekomstige projecten. “De handelsmissie is een goed moment om de ontwikkelingen in Denemarken te volgen. Ook zoeken we partners voor een mogelijke samenwerking op het gebied van offshore wind. De Denen hebben onze kennis nodig, en wij die van hen. Anders kun je op zo’n groot project niet inschrijven. Dan moet je dus vantevoren al een team vormen.”

Echte waterbouwers

Wat het Nederlandse bedrijf de Denen kan brengen, blijkt uit Volker’s referentielijst. “Een windpark aanleggen op zee is iets totaal anders dan een windpark op land. Wij zijn echte waterbouwers. We werkten mee aan Nederlandse icoonprojecten als de Oosterscheldekering en de Tweede Maasvlakte. Recentelijk huurde Dong ons in voor het grote offshore windpark West of Duddon Sands in de Ierse Zee. Wij wonnen die opdracht onder andere omdat we met een slimme oplossing kwamen voor het werken met een getijdenverschil van 9 meter. Mede dankzij onze inzet was het windpark 2 maanden eerder operationeel. Als je huishoudens zoveel eerder van duurzame elektriciteit kunt voorzien, dan is dat natuurlijk grote winst voor de projectontwikkelaar.”

Wanneer de handelsmissie een succes is? Dat is lastig vantevoren meetbaar te maken, lijkt het. “Wij willen vooral zoveel mogelijk bestaande contacten versterken en nieuwe contacten leggen. Dat kan met een bezoek aan Dong, maar ook op een receptie.”

Het is nu maandagmiddag, kwart voor zes. Muriel en haar collega’s zitten op dit moment in het vliegtuig. Straks gaan ze naar de residentie, voor de kick-off van de missie. Die vindt plaats op Nederlandse grond. “We kijken uit naar een aftrap vol vuur, die Deense wind en Nederlands water nog dichter bij elkaar gaat brengen!”, aldus Renske Nijland.